Levenswijsheid van … Madame de la Plume Perdue

Beste Madame de la Plume Perdue,

Ik ben een nogal omstuimige jonge man, maar zonder blikken of blozen –tenzij je naar me kijkt en naar me blijft kijken- mag ik wel zeggen dat ik het hart op de juiste plaats draag.
Ik zit echter met één groot probleem. Ik heb namelijk een veel te grote mond, wat me niet alleen bij het kussen parten speelt, erger nog, ik ben het type van iemand met een grote mond maar met het kleine hartje en misschien wel met het gouden hartje.

Uit die situatie van ontembare energie plus mijn onverdroten omstuimig karakter heb ik nogal eens last van vernielzucht.
Deze drang tot beperkt zich voorlopig alleen maar tot mijn eigen materiaal, en zelden, heel zelden, ook wel eens tot een stadseigendom. Ik vrees echter dat mijn manier van doen wel eens zou kunnen overslaan naar personen.
Daarom en ook omdat de kostprijs van al het materiaal iets te hoog wordt, ben ik nu aan het afkicken… maar niets, maar dan ook niets (relaxatie, joga, celtherapie, eenzame opsluiting, stretchen voor en na de wedstrijd, ijstherapie, vreetkuren,… ) helpt.

Daarom richt ik mij in een laatste hoop tot u, Madame.
Kan u met al uw wijsheid niets doen om mij van mijn gewelddadigheden af te helpen? Ik smeek u!

Een wanhopige badmintonner.
_________________________________________________________________________

Beste wanhopige badmintonner,
Uw honds gedrag is inderdaad van die aard aan het worden dat u zich ernstig zorgen mag/moet maken. Volgens uw beschrijvingen zit u namelijk al aan de derde graad van het zogeheten “Exterminator-IX-syndroom”. De eerste graad, vloeken en tieren, daar heeft iedereen in een slechter moment wel al eens last van, en is van voorbijgaande aard.
In de tweede graad gaat dit gepaard met een “net-ingehouden-smijten” van racketje of “net-niet-stuktrappen” van de shuttle. De persoon in kwestie heeft nog net op tijd de controle over zichzelf herwonnen en beseft net op tijd dat hij zich belachelijk aan het maken is. Dat is bij u jammergenoeg niet meer het geval. U zit in de derde graad waarbij vernielzucht de bovenhand haalt, met alle kosten vandien. En let op voor de vierde graad waarbij  de persoon in kwestie  zichzelf de benen of armen breekt. Tot slot heb je in zeldzame gevallen de vijfde graad die gepaard gaat met algehele destructie van alles en iedereen in de buurt. Zo is de Neder-Oostaziatisch Open Badminton Kampioenschappen van 1938, nochtans in die tijd een tornooi met status niks in geen enkel archief terug te vinden. Er was toen namelijk een bastaardnonkel van mij (ik beken het niet graag) die in de 5e graad beland was en zich zodanig opwond over het niet lukken van zijn geliefde en gevreesde backhand-gekapte-smashdrop dat hij de ganse boel de lucht heeft ingeblazen, zichzelve erbij. Die vijfde graad is liever te mijden, laat dat duidelijk wezen.
Een tovermiddel voor uw kwaal bestaat niet. Naargelang de manier waarop de vernielzucht zich manifesteert zou ik het volgende willen aanraden. Indien u met uw racketje smijt kan een touwtje rond het racket en rond de pols wonderen doen. Is dit niet efficiënt genoeg, dan kan u dit touwtje aan een ringetje in het oor of door de neus bevestigen. De lengte van het touw moet dan wel nog gewoon beheerst badmintonnen toelaten. Klopt u eerder met uw racket, dan raad ik u sterk aan een elastische rubber rondom de rand te bevestigen. Let dan wel op voor de zogenaamde “weerbots” . Bijt u eerder in uw racket, dan helpt een eindje prikkeldraad rond de steel wel.
Maar eigenlijk is het vooral een psychisch probleem. Vraag gerust hulp aan uw (eventuele) dubbelpartner. Die zal u zeker helpen vermits die stilaan ook zal beseffen wat ie riskeert…
Ik wens u veel moed, sterkte en positief doorzettingsvermogen.

In de hoop u hiermee van dienst te zijn geweest,
Madame de la Plume Perdue

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *